De Wachtende.
"Nog altijd niet, schoon aan den Hemel
De morgen reeds van verre blinkt!
Nog altijd niet o bittre wake,
O urenkruipend, traag en bang!
Ocht Willem woudt ge toch beseffen,
Wat angst ik weer heb doorgestaan,
Wat namelooze ellend' mij treffen,
Wat zwaard mij door de ziel moest gaan,
Gij hadt alleen uit mededoogen,
Dat alles uw Mari gespaard!
'k Moest weer naar 't venster, telkens weer.
En turen, schoon de nacht ook graauwde.
En mij geen zweem van uitzigt liet,
En nu - nu reeds de morgen blaauwde,
Nu tuur ik altoos nog om niet!"
Fragment uit de Wachtende van S.v.d.Bergh.