|
https://www.ica.org/standards/RiC/ontology#descriptiveNote
|
"Brief van [??] over het portret van graaf Edzard I, graaf van Oost-Friesland, voorheen toegeschreven aan Jacob Cornelisz. van Oostsanen, 16 november 1908;
Brief van W. Vessel over een schilderij toegeschreven aan Quinten Massijs, 8 februari 1910;
Brief van Bernard Berenson, [1/7] november 1922;
Brief van Ayerst. H. Buttery over een schilderij toegeschreven aan Quinten Massijs, 1 juli 1924;
Brief van Marc Rosenberg met het verzoek om een bespreking van een door hem gepubliceerde studie, 31 maart 1925;
Brief van Frederik Schmidt-Degener, directeur Rijksmuseum, over een schilderij met de Dood van Maria uit het hofje de Zeven Keurvorsten, 17 mei 1926;
Brief van Trotti & Cie. met het verzoek om een expertise, 8 december 1928, met op de achterzijde de kladversie van de gevraagde expertise;
Brief van Welczeck,18 juni 1933;
Brief van Isabel M.P. Browne over een schilderij van de Meester van de Von Groote-Aanbidding, 21 maart 1934;
Brief van Norbert Fishman over het portret van de hertog van Suffolk door de Meester van de Brandon Portretten, 27 juli 1936;
Brief van Georges Hulin de Loo waarin hij zijn spijt betuigt over het feit dat ze elkaar in Parijs zijn misgelopen en voorts over Rubens, Jan van Eyck en Gerard Horenbout, 8 februari 1937;
Brief van Hans Wendland over een schilderij voorstellende Margaretha van Oostenrijk, 29 maart 1939;
Bedankbriefje van Victor Spark, 29 juli 1949;
Brief van Horst Gerson, directeur RKD, over Jan Swart van Groningen, 20 juli 1950;
Brief van Heinz Kisters over een Zondeval toegeschreven aan een navolger van Hugo van der Goes, 12 december 1950;
Brief van J. Hauseux over diverse schilderijen uit de verzameling van Comte Szembeck, 5 augustus 1955;
Brief van Bob Jones Jr., President van de Bob Jones University, Greenville, betreffende vier aanwinsten, 30 november 1955;
Brief van Prof. Lode Seghers over diens publicatieplannen van een tapijtenreeks naar ontwerp van Bernard van Orley, 9 april 1956;
Brief van Günter Scharnowski over een portret door Jan Cornelisz. Vermeyen, 9 september 1956, met bijgevoegd twee afschriften van expertisen van Moritz Binder, ongedateerd en Gustav Glück, 8 december 1931;
Brief van het Musée de Saint-Omer met het verzoek om een nadere toeschrijving van een schilderij uit de school van Gerard David, 10 december 1956;
Brief van Peter Claas met het verzoek om een toeschrijving van een schilderij in zijn bezit, 22 maart 1957;
Brief van J.F. Minken waarin hij zijn verontschuldigingen aanbiedt voor een door hem gemaakte vergissing, 4 januari 1958;
Brief van Bruno Schaack met het verzoek om een expertise, 7 oktober 1958;
Brief van Ascher & Welker met het verzoek om een expertise, ongedateerd;
Brief van Nelly de Boer, ongedateerd;
Brief van Robert Finck waarin hij meedeelt het middenpaneel van een drieluik door Jan Provoost te hebben ontdekt waarvan de luiken zich in het museum te Philadelphia bevinden, ongedateerd;
Brief van Frank T. Sabin over een belangrijke ontdekking die hij heeft gedaan met betrekking tot Joos van Cleve en Leonardo da Vinci, ongedateerd"
|