|
prov:generated |
"2025-01-30T12:19:39+00:00"^^xsd:dateTime |
|
https:/ |
"No access restriction"@en
|
|
https:/ |
"Het archief is openbaar" |
|
https:/ |
<https:/ |
|
https:/ |
<https:/ |
|
https:/ |
<https:/ |
|
https:/ |
<https:/ |
|
https:/ |
"Tijdens de ingrijpende verbouwing die het Nederlands Instituut onderging in 1966-1970, dreigden alle archiefbescheiden van ondermeer Brom en Hoogewerff in onbevoegde handen te raken en als oud papier verwijderd te worden, aldus een verslag van dr. E. Schulte. Door toeval kon worden ingegrepen en alle bestanden werden teruggehaald en opgeborgen in de nieuwe bewaarplaats voor de archieven, het souterrain. Vervolgens werd de hulp van F.J.M. Otten van het Algemeen Rijksarchief te Den Haag gevraagd voor advisering over selectie, inventarisatie en bewaring van de archieven en hij verbleef daarvoor in Rome van 19-29 januari 1971. Hij richtte zich met name op het instituutsarchief en trof voorbereidingen voor de overbrenging daarvan naar Den Haag. P.J. van Kessel en E. Schulte legden zich toe op de ordening van de 'Werkpapieren van Hoogewerff', waarvan de oude orde helaas uit elkaar was geraakt. Die ordening leidde tot een voorlopige inventarisatie in de jaren 1971 - 1974. In de eerste helft van de jaren tachtig is een deel van het archief, te weten de correspondentie, geraadpleegd door twee studenten kunstgeschiedenis die in overleg met de toenmalige directeur Offerhaus, een nieuwe indeling hebben aangebracht. De verbouwing van het souterrain in 1994 noopte tot het maximaal reduceren en vervolgens inpakken van de inhoud van de opslagkelder. Het Hoogewerff archief was inmiddels verspreid geraakt tussen alle overige archiefbestanden en werd snel weer bijeen gebracht en in dozen verpakt door E. Schulte. Na de verbouwing werd het archief van Hoogewerff opnieuw naar het souterrain verplaatst. In verband met de aanwezigheid van C. Jager in Rome, archivaris van de Rijksarchiefdienst, besloot het NIR haar opdracht te verlenen alle archieven toegankelijk te maken waaronder de 'Werkpapieren' van Hoogewerff. Uitgangspunt voor de bewerking in 2000 vormde de inventarisatie van van Kessel en Schulte. De door hen aangebrachte (herstelde) orde is zoveel mogelijk behouden en het (onbeschreven) beeldmateriaal 'nader' toegankelijk gemaakt. De ordening van de kunsthistorici van de correspondentie is niet helemaal geslaagd en de onderscheiden series sluiten elkaar dan ook niet uit. Vanwege de grote hoeveelheid werk is echter niet opnieuw geordend en zal de bezoeker de verschillende series moeten raadplegen. Een raadsel werd opgelost: het zogenaamde bibliografisch raadsel waarover in de huldigingsbundel ter ere van de 75ste verjaardag van Hoogewerff, kort geschreven wordt. Alle overdrukjes werden door Hoogewerff in zijn werkarchief bewaard met van sommige titels meerdere exemplaren, bij elkaar gebonden door middel van een papieren wikkel met daarop het aantal overgebleven overdrukken vermeld . Hij had namelijk de gewoonte overdrukken bij zich te houden en niet rond te zenden, 'tenzij dan bij hoge uitzondering'. Alle overdrukken evenals de drukproeven en eerste drukken van zijn publicaties zijn niet afgescheiden naar de bibliotheek maar onderdeel gebleven van het archief, om een zo volledig mogelijk beeld van dit geleerdenarchief te kunnen behouden." |
|
https:/ |
"0118" |
|
https:/ |
<https:/ |
|
https:/ |
<https:/ |
|
https:/ |
<https:/ |
|
https:/ |
<https:/ |
|
https:/ |
"7 meter" |
|
https:/ |
"Archief Godefricus Johannes Hoogewerff" |